De schaakclub van Maastricht komt bij elkaar in een zaaltje boven een cafe, niet ver van de Onze-Lieve-Vrouweplein. Drie borden, vier stoelen, een oude klok die tikt in een hoek. Hans komt er elke donderdag, sinds anderhalf jaar. Hij is tweeenzestig, gescheiden na vierendertig jaar huwelijk, en hij zegt zelf: "Ik ging naar de club voor het schaken. Ik kwam er voor het menselijk gezelschap. Dat is een stille vergissing geweest."
Hans zit tegenover mij op een namiddag in januari, met een koffie en een glas water. Hij draagt een visgraatjasje dat hij vroeger naar zijn werk aantrok bij een technische school. Hij vertelt rustig en zonder cynisme, iets wat gescheiden mannen van boven de zestig niet altijd lukt.
Hoe het begon
"Na de scheiding," zegt hij, "had ik geen idee waar ik terechtkon. Vrienden van het stel waren het stel gebleven, bij haar. Ik had een dochter in Antwerpen en een zoon in Groningen. Allebei druk, allebei hun eigen leven." Zes maanden lang zag hij bijna niemand. Hij kookte voor zichzelf, hij las, hij ging wandelen langs de Maas. Hij dacht dat dit "de nieuwe normaal" was.
Een buurman, een weduwnaar van in de zeventig, zei op een dag: "Kom een keer mee naar de schaakclub." Hans zei: "Ik heb in geen dertig jaar geschaakt." De buurman zei: "Des te beter. Er is een tafel voor beginners. Kom gewoon."
De eerste donderdag
De eerste donderdag was onwennig. Hans verloor in twaalf zetten. Hij verontschuldigde zich. Zijn tegenstander, een man van zestig met een dikke bril, zei: "Dat is normaal. U bent hier voor het gezelschap, niet voor het resultaat. Iedereen die dat nog niet snapt, snapt het binnen een maand."
Hans zegt: "Die zin heeft mij een jaar lang begeleid. Ik kwam er voor het gezelschap. En langzaam werd dat ook waar."
Wat een vaste bezigheid oplost
Hans legt uit wat in de maanden daarna gebeurde. "Ik moest op donderdag om acht uur ergens zijn. Dat klinkt klein, maar voor een gescheiden man in zijn zestigste jaar is dat enorm. Er was een plek waar ik gemist werd als ik niet kwam. Na drie weken belde iemand mij om te vragen of ik ziek was. Sinds mijn scheiding was dat niet meer gebeurd."
Hij vertelt over de koffie na het schaken, de gesprekken over dingen die niets met schaken te maken hebben. Een weduwnaar die over zijn tuin praat. Een nog getrouwde man die graag even weg is uit huis. Een vrouw van tweeenzestig, Marleen, die pas sinds een half jaar aangesloten was.
Marleen, terughoudend
Hans is eerlijk over het deel waar het verhaal "een love story" zou worden. "Het is geen love story," zegt hij. "Wij zijn geen stel. Wij zijn twee mensen die graag tegenover elkaar zitten, en inmiddels ook een keer per maand samen eten. Meer niet. En ik heb haar niet via een dating-app leren kennen. Ik heb haar leren kennen omdat ik op donderdagavond ergens was."
Hij pauzeert. "Maar dat heeft alles veranderd. Ik weet nu dat er iemand is tegen wie ik mijn week vertel. Ik weet dat zij iemand is tegen wie ik luister. Voor mijn leeftijd, na wat ik heb meegemaakt, is dat meer dan ik durfde te hopen. En het is ook niet minder dan wat ik nodig heb."
Wat zijn verhaal laat zien, los van Marleen
Voor lezers die geen schaker zijn, bevat Hans' verhaal iets bruikbaars dat los staat van het bord.
- Een wekelijkse, vaste afspraak ergens buiten uw huis is vaak een betere eerste stap na een scheiding dan een datingprofiel. U bouwt eerst een plek op waar u gezien wordt.
- De plek hoeft geen grote club te zijn. Een koor in Den Haag, een bridgeclub in Bergen NH, een filosofiekring in Groningen. Het gaat om de regelmaat, niet om het aantal leden.
- Mannen in hun zestigste jaar verliezen vaak hun sociale cirkel bij een scheiding. Mannen zijn meestal slechter in het bouwen van een nieuwe cirkel dan vrouwen van dezelfde leeftijd. Een club met een gezamenlijk doel is een omweg die werkt.
- Een eventuele romantische ontmoeting op zo'n plek is geen doel. Als het gebeurt, gebeurt het op een ontspannen manier, met mensen die u al in iets praktisch heeft leren kennen. Dat is een hele andere start dan een eerste koffie op basis van een profielfoto.
De raad die Hans mij meegaf
"Zoek iets, wat dan ook, waar u elke week bent. Niet omdat het u gelukkig maakt. Gewoon om gemist te worden. Die twee woorden, 'gemist worden', zijn het verschil tussen een wakkere donderdag en een lange week."
Tot slot
Maastricht is Maastricht, en schaken is schaken. U hoeft het een noch het ander. U hoeft alleen te beslissen op welke avond van de week u ergens anders bent dan thuis. De rest, in mijn ervaring en in die van Hans, volgt vanzelf.